Dromen kunnen plannen worden

//Dromen kunnen plannen worden

Dromen worden snel al afgedaan als onhaalbare kinderlijke fantasietjes. Maar was er wel een vliegtuig gekomen als er niet eerst de droom van de mens was om te vliegen? En gaat de beroemdste toespraak uit de geschiedenis niet over de begeesterende kracht van dromen?
Als mensen de kans krijgen om te dromen, dan komen er waardevolle, inspirerende en positieve ideeën naar boven.

De uitdaging

En dus daagde ‘mijn 2040’ de burgers van Beerse, Vosselaar, Turnhout en Oud-Turnhout uit om de geesten open te zetten en vrijuit te kijken naar hoe de regio er over 25 jaar ideaal zou kunnen uitzien. En wat blijkt? Hoe verschillend mensen ook zijn, wanneer ze dromen, komen dezelfde wensen naar boven.
Hieronder vindt u de vele dromen, uiteenlopend en toch verwant.

De stadsregio waarin mensen in 2040 hopen te wonen, is er een die dynamisch is, gezellig en waar de politiek durft te kleuren buiten de veilige en voorspelbare lijntjes. Hopelijk komt er een dynamiek die is aangezwengeld door creativiteit. De deelnemers dromen dat er ruimte wordt gecreëerd waar experiment en kunst zich kunnen ontwikkelen. Ook is het belangrijk dat jong talent wordt ondersteund en kansen krijgt om zich te ontwikkelen, of dat nu is op cultureel, sportief of nog een ander gebied. Er mag ook wat meer durf zijn, zo luidt het. En dat is een appèl aan iedereen: politiek, bedrijfsleven, burgers. Als je ergens voor staat, als je het lef hebt om ten minste te proberen, dan werk je aan een stad/regio waar we fier op kunnen zijn. En dat blijken mensen toch te willen: fier kunnen zijn op hun gemeente. Gezelligheid is ook een sleutelwoord dat veel terugkomt. Je kan het eigenlijk niet meten, er zijn geen cijfers op te plakken en toch is gezelligheid een factor die niet mag worden vergeten in hoe onze regio wordt bestuurd en vorm gegeven. Mensen hopen te leven in een omgeving waar er tijd en plaats is voor plezier, voor genieten, voor onthaasten.
Het is duidelijk dat mensen heel graag opnieuw meer contact met elkaar willen. Woorden die vaak werden uitgesproken zijn: warmte, vriendschap, geluk, harmonie, vrijheid, sereniteit, balans. Het is belangrijk dat de mens centraal staat in de manier waarop beleid wordt gevoerd. Het is al geruime tijd een maatschappelijke trend dat er steeds meer onafhankelijkheid bij ieder individu komt te liggen. Daarbij komt ook meer eigen verantwoordelijkheid. Waar vroeger overheid, kerk, maatschappij,… je weg bepaalden, kunnen we nu meer zelf onze keuzes maken. Zelfredzaamheid primeert. Maar lang niet iedereen kan daar zo goed mee overweg. Er is een (te) grote druk komen te liggen op onszelf om het eigen welbevinden te regelen. Wat hulp is dus welkom. Wie heeft deelgenomen aan de oefening van ‘mijn2040’ rekent erop dat er genoeg structuren zullen bestaan waarin mensen elkaar vinden, zodat ze niet alleen komen te staan. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in andere manieren van samenwonen dan vandaag. Cohousing en kangoeroewonen maken ook in 2015 al opgang. Ook het gevoel van veiligheid blijft belangrijk, in al zijn aspecten. Werken aan veiligheid en het wegwerken van angst blijft ook de komende decennia hoog op de agenda staan.
De stad, de gemeente, de regio, … is van iedereen. Dat is het uitgangspunt waarmee we 2040 willen maken. Voor een mooi 2040 dromen we van meer wisselwerking tussen burger en politiek, een sociale stadsregio en aandacht voor diversiteit en kindvriendelijkheid. Het moet de bedoeling zijn dat als je leeft in Turnhout, Oud-Turnhout, Vosselaar en Beerse, je gewoon je ding kan doen, dat er een aangename en relaxte sfeer is en dat mensen mekaar begroeten, met elkaar in contact komen en met elkaar begaan zijn. De mensen dromen daarbij van een verkeersvrij centrum met veel terrasjes en als het even kan, een kiosk waar muziek wordt gespeeld. In die autovrije straten kan de lokale economie worden gestimuleerd. Ook hoopt men op rusthuizen die gezellig en betaalbaar zijn. Het droomspel, duidelijk toch meer dan zomaar een vrijblijvend spelletje, leverde uitgesproken standpunten op over hoe we samen sterker staan.
Mensen rekenen op een andere stijl in het beleid van de stad, de gemeenten, de stadregio, of welke structuur we dan ook kennen. Het is de bedoeling dat burgers mee architect worden van hun stad. Dat betekent dat er niet louter van bovenuit naar beneden wordt bestuurd, maar eerder van onderuit, vanuit de burgers zelf. Niet top down, maar bottom up, heet dat dan. Dat vraagt en creëert tegelijkertijd meer engagement van burgers en meer burgerzin. Als er meer gebruik wordt gemaakt van de talenten van de burgers, vraagt dat natuurlijk wel een inspanning van die burger. Maar het levert ook meer betrokkenheid op. En dat is waar het onze dromers uiteindelijk om te doen is: meer verbondenheid, meer samenhorigheid. En opnieuw weerklinkt de hoop op een stad/gemeente/regio waar men trots op kan zijn. De inwoners van Oud-Turnhout, Beerse, Vosselaar en Turnhout hopen dat in de evolutie naar 2040 ook bij dit thema wat meer durf te zien zal zijn, dat de geesten open staan om ook buiten de lijntjes te kleuren. Ook de verwachting van een socialere regio komt duidelijk naar boven. Dat zou zich tegen 2040 moeten uiten in bijvoorbeeld meer dienstbaarheid bij iedereen en meer transparantie in de bestaande diensten en systemen. In 2015 vinden mensen vaak hun weg niet doorheen alle instanties en procedures. Ook hier is het zaak om mekaar te helpen, wat zorg te dragen voor elkaar en mensen waar nodig wat te ondersteunen in het verkrijgen of behouden van hun zelfredzaamheid.
Diversiteit is een ander wezenlijk onderdeel van verbondenheid. De deelnemers aan ‘mijn 2040’ erkennen dat de multiculturele samenleving nu eenmaal een realiteit is. Het komt er dus op aan hoe je met die diversiteit omgaat. Naast ‘bekend en vertrouwd’ is er ‘nieuw en onbekend’. Daar moeten we met respect mee omgaan en er voor zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt. Angst moet worden weggewerkt en in de plaats daarvan moet er voor worden gezorgd dat we elkaar ontmoeten en elkaar leren kennen. In dat streven naar sociale cohesie en tolerantie is ook aandacht voor de leefomgeving een belangrijk element. Er worden verscheidene zaken opgenoemd die hierbij kunnen helpen: meer ruimte voor jongeren en kinderen, speelpleintjes in alle wijken, ecologische volkstuintjes, … Ook de nieuwe woonvormen komen hier opnieuw ter sprake. Cohousing zorgt er bijvoorbeeld voor dat je niet individueel afgezonderd blijft. De wereld en dus ook onze stadsregio zal tegen 2040 nog wat drukker bevolkt zijn. Met dat in het vooruitzicht vinden mensen het belangrijk dat de leefomgeving zeker kindvriendelijk blijft, met genoeg ruimte voor spelende kinderen, als het even kan in een harmonische leefomgeving.
De idealen komen tot uiting in hoe je de wereld rondom je organiseert, hoe je omgaat met je leefomgeving, met ruimtelijke ordening en dergelijke. Tegen 2040 is de ideale stadsregio er een waar natuur en groen een belangrijke plaats innemen. Er moet genoeg ongerepte natuur overblijven waar het mogelijk is om te spelen, te wandelen, te ontspannen, te genieten van de rust. De Kempen is ook nu al de thuishaven van de belangrijkste stiltegebieden van Vlaanderen. Die moeten we koesteren, zodat het ‘stille’ in de stille Kempen nog meer een troef wordt. Nieuwe plannen in de woonkernen moeten rekening houden met wat hierboven al allemaal is opgesomd: ruimte voor spelende kinderen, een levendige stad met veel voetgangers, terrasjes, lokale economie, bloemen, fietspaden, … Architectuur en ruimtelijke plannen moeten niet alleen daarvan vertrekken, maar ook rekening houden met gezondheid, duurzaamheid en harmonie. Ook rekenen mensen op genoeg sportinfrastructuur, het liefst verweven in de leefomgeving, zoals voetbalpleintjes in de wijken. Tegelijk is er nog nood aan meer binnenruimtes waar mensen terechtkunnen voor groepsactiviteiten: sportieve, culturele en sociale. Hoe realiseer je dat het best? Opnieuw komen dezelfde principes naar voor: door burgers mee architect te laten worden van hun regio, door ruimte te laten voor initiatief, door genoeg out of the box te durven en kunnen denken. En natuurlijk ook door optimaal gebruik te maken van nieuwe technologie. Er wordt ook geopperd dat het treinstation toch zeker binnen de ring moet blijven. Natuurlijk sluit dat een mogelijk tweede station buiten de stadskern niet uit…
2016-12-16T13:36:13+00:00 14 april 2016|De toekomst|0 Comments

Leave A Comment